Watersnood 1926
Veel regen en veel smeltwater eind 1925 hadden extreem hoge waterstanden in de Maas tot gevolg en leidde tot de watersnood van 1926. In Grave stond het water 6 meter hoger dan normaal.
Dijkdoorbraak
Op oudjaarsdag stak er ook nog eens een flinke westerstorm op. De volgende dag sloegen de golven om 7.00 uur een gat in de Maasdijk in de buurt van Nederasselt. De plaatsen Nederasselt, Overasselt, Balgoy, Hernen, Leur en Bergharen kwamen obnder water te staan.
Dijkdoorbraak
Op oudejaarsdag 1925 stak er ook nog een hevige zuidwesterstorm op. Om 7 uur ‘s morgens sloegen de golven een gat in de Maasdijk bij Nederasselt en het water stroomde de polder in. Deze dijkdoorbraak was rond 10.30 uur circa 60 meter breed. In de dagen daarna kregen grote delen van het rivierengebied met overstromingen te kampen. Onder andere Nederasselt, Overasselt, Balgoy, Hernen, Leur en Bergharen kwamen onder water te staan. Het land tussen Maas en Waal loopt af richting het westen. Omdat de dijk aan de hoogste kant is doorgebroken, stroomt het water in een paar dagen naar het westelijkste laagstgelegen punt, van het gebied bij Alphen en Dreumel. Dijkgraaf Johannes de Leeuw besloot toen de dijk daar op te blazen, zodat het water terug de Maas in kon stromen. Het water in het gebied daalde daardoor wel, maar de stroom sleurde boomstammen en delen van huizen mee en beschadigt daarmee andere huizen door de enorme stroomsnelheden.